Spreekbeurt

Schilderij Jan Josef HoremaSchoenmaken

In dit spreekbeurt pakket vind je heel veel informatie over hoe schoenen gemaakt werden en worden.

Klik op de foto's voor vergrotingen die je kunt gebruiken voor je spreekbeurt. Tip: zoek op het internet ook eens naar hoe schoenen in andere landen gemaakt worden, bijvoorbeeld in Bangladesh of China!

Heb je nog vragen of suggesties om deze spreekbeurt te verbeteren? Stuur dan een mailtje naar Karin Timmermans . Haar mag je natuurlijk ook laten weten welk cijfer je voor je spreekbeurt hebt gekregen. Veel succes én heel veel plezier!

Met de hand of met een machine

Tot ongeveer 1860 werden schoenen helemaal met de hand gemaakt. Tegenwoordig worden de meeste schoenen machinaal gemaakt. Voordat een stuk leer een schoen is geworden, moet er eerst heel veel mee gebeuren. Om één paar schoenen te maken, moeten soms meer dan 100 handelingen worden verricht!

De belangrijkste onderdelen van een schoen zijn:

95150 Schacht A

De schacht is de bovenkant van de schoen. De schacht wordt in verschillende onderdelen uit het leer gesneden en aan elkaar genaaid met een speciale naaimachine voor leer, de stikmachine. Meestal wordt ook meteen de sluiting van de schoen erin verwerkt: een rits, vetergaatjes of gespen.

binnenzool2A

Eigenlijk heeft een schoen 2 zolen. Op de foto zie je de loopzool: de zool die onder de schoen vastzit. Maar in de schoen zit ook nog een binnenzool.

HakA

De hak wordt als laatste onder de schoen bevestigd.

Hoe wordt een schoen gemaakt?

Het in elkaar zetten van een schoen in enkele eenvoudige stappen:

LeestA De schoenmaker gebruikt een voorbeeldvorm zodat hij weet welke vorm de schoen uiteindelijk moet krijgen. Deze vorm heet een leest. De schoen wordt als het ware om de leest heen in elkaar gezet. Vroeger werden leesten uit hout gesneden. Tegenwoordig worden ze van kunststof gemaakt. Pas als de hele schoen (op de hak na) klaar is, wordt de leest uit de schoen gehaald. Dat noemen we “uitleesten”.
tekeningA Allereerst wordt een leest ontworpen of uitgekozen voor de te maken schoenen. Die keuze hangt af van de mode op dat moment. Op de leest wordt het model van de schacht getekend. Dit model wordt op papier overgetrokken, dat als patroon dient om het leer voor de schacht mee uit te snijden. De uitgesneden onderdelen worden aan elkaar genaaid met een stikmachine. De schacht is klaar.
BinnenzoolA Ondertussen zijn ook de binnenzool en de loopzool uit gestanst. De binnenzool wordt tijdelijk met enkele spijkertjes aan de leest vastgemaakt, zoals je hier ziet.
SchachtA De schoenmaker trekt de schacht over de leest en zet hem vast met nietjes zodat hij niet kan verschuiven. Nu kan je er al een schoen in herkennen.
GezwikteschoenA2 De schacht wordt aan de binnenzool bevestigd, dit noemen we zwikken.
ZoolA De volgende stap bestaat uit het bevestigen van de loopzool. Deze kan worden vastgenaaid of worden gelijmd. Maar eerst moeten we niet vergeten om de spijkertjes waarmee de binnenzool tijdelijk aan de leest werd vastgezet te verwijderen! Anders zit de schoen straks vast aan de leest.
LoopzoolA De loopzool wordt vastgemaakt aan de schoen. Nu moet de leest er worden uitgehaald en dat gebeurt met een uitleestmachine. Nadat de schoen is uitgeleest, kan de hak onder de schoen worden bevestigd. (Bij deze schoen zit er al een hak aan de loopzool vast)

 

Van handwerk tot 3D printen

ElsA  Tot ongeveer 1860 was schoenen maken geheel handwerk. De schoenmakers hadden wel diverse gereedschappen tot hun beschikking (hamer, els, naalden, mesjes etc.). De schoenmakers werkten thuis, er was dus sprake van huisnijverheid.
 StikmachinaA Na 1860 deed de stikmachine (een trapnaaimachine) zijn intrede in het schoenmakers vak. Later kwamen daar nog talloze andere machines bij. Dankzij de stoommachine konden in de nieuwe schoenfabrieken honderden schoenen per dag gemaakt worden. Er was een ware Industriële Revolutie op gang gekomen. Na 1900, en vooral na de Eerste Wereldoorlog (1914-1918), werden veel schoenfabrieken geopend. Veel thuiswerkende schoenmakers gingen als fabrieksarbeiders werken.
 70103 StikstersA Dankzij alle nieuwe schoenmachines konden er per dag veel meer schoenen worden gemaakt. Door arbeidsverdeling ging dat aantal nog verder omhoog. Het stikken van de schachten werd voortaan alleen nog maar gedaan door vrouwen en meisjes, terwijl de mannen ieder een ander deel van het onderwerk van de schoenen verzorgden achter de zware machines.
 20150929 122258A De allernieuwste manier om schoenen te maken is met een 3D printer. Met een 3D printer kun je heel bijzondere vormen maken, die op een traditionele maakwijze niet mogelijk zijn of veel te kostbaar zouden worden. Misschien hebben we straks allemaal onze eigen 3D printer thuis, wie weet. Dan kan je schoenen maken die precies aan jouw voeten zijn aangepast en daarom nooit te strak zitten. En als je er uitgegroeid bent of ze zijn versleten, print je gewoon weer een paar nieuwe schoenen!

 

 

Geschiedenis van de Langstraatse schoenmakers

langstraatA

De Langstraat is het gebied in Noord-Brabant tussen ’s-Hertogenbosch en Geertruidenberg. Hier tussenin liggen onder meer de gemeentes Loon op Zand, Waalwijk (vroeger waren Baardwijk en Besoyen aparte gemeentes) en Heusden.

De Langstraat is heel lang bekend geweest vanwege de vele leerlooierijen en schoenmakerijen.

Van de leer- en schoenindustrie kun je nog veel terugvinden in straat- en gebouwnamen in dit gebied. Bijvoorbeeld de straatnamen Walkvat en Looierij en de namen van theater De Leest en winkelcentrum De Els in Waalwijk.

De traditie van leerlooien en schoenmaken in de Langstraat begon al in de Middeleeuwen. De boeren in het gebied ontdekten dat ze met het verkopen van de huiden die ze na de slacht looiden of met de schoenen die ze ervan maakten hun magere inkomsten een beetje konden aanvullen.

schoenmakerA

De thuiswerkende schoenmakers

De boeren werden langzamerhand steeds vaker schoenmaker of leerlooier. Vanaf 1800 werkten veel schoenmakers thuis voor een baas oftewel patroon. De patroon leverde het leer en de andere materialen aan de thuiswerkers en verkocht vervolgens de gemaakte schoenen door. De schoenmaker kreeg geen vast loon maar kreeg een klein beetje geld voor elk paar gemaakte schoenen. Om genoeg te verdienen werd er van de vroege ochtend tot de late avond gewerkt om op tijd voldoende schoenen af te krijgen. De vrouw en kinderen van de schoenmaker moesten ook meehelpen. Er werd hard gewerkt in de kleine schoenmakershuisjes.

In het Nederlands Leder en Schoenen Museum kun je een schoenmakershuisje van rond 1900 vanbinnen bekijken. In dit ene kamertje woonden en werkten de vaak grote gezinnen. Voor de hele straat (zo’n 10 huisjes) waren er 1 waterpomp en één wc! Luxe kenden de schoenmakersgezinnen niet.

De fabrieksarbeiders

Na 1900 werden veel thuiswerkende schoenmakers fabrieksarbeiders. Er ontstond een echte industrie met schoenfabrieken en leerlooierijen die dankzij de stoomkracht van stoommachines konden draaien. Dit was goed voor de bazen van de fabrieken. Maar voor de arbeiders betekende het hard werken voor weinig loon en vaak onder slechte omstandigheden. Werken in een leerlooierij of schoenfabriek betekende lange dagen van 12 tot 14 uur per dag, 6 dagen per week. In de fabrieken hing een vieze lucht van looimiddelen, stof en leer. Het was er lawaaiig door alle machines en onveilig door draaiende onderdelen en scherpe messen in de machines. Aanvankelijk was er ook kinderarbeid. Er waren nauwelijks wetten en maatregelen die de arbeiders beschermden. Pas na de opkomst van de vakbonden werden de werkomstandigheden beter en kwamen er allerlei wetten om de arbeiders in de fabrieken de rechten te geven die ze verdienden.

Vanaf het ontstaan van de fabrieken werden er iedere dag meer schoenen geproduceerd. Na 1960 kwam daar echter verandering in. Uit landen als Italië en Spanje kwamen vaker veel goedkopere, mooie schoenen naar Nederland. De arbeiders in de Nederlandse fabrieken waren meer geld gaan verdienen. De arbeiders in de Italiaanse fabrieken verdienden echter nog steeds veel minder loon en daarom waren de schoenen uit Italië veel goedkoper dan de Nederlandse schoenen! Het gevolg was dat Nederlandse fabrieken sloten of werden verplaatst naar landen met goedkopere arbeiders (Italië, Spanje, Roemenië en later China). Rond 1980 waren de meeste schoenfabrieken in Nederland gesloten.

Schoenen worden er in de Langstraat bijna niet meer gemaakt. Wel is er een grote handel in leer en schoenen voor in de plaats gekomen. Er worden schoenen gekocht uit het buitenland en er worden schoenen verkocht naar het buitenland.